PDF PDF Print

Unity Statement

De Wereldraad zal in Busan de ‘Verklaring van Eenheid’ bespreken. De beraadgroep Geloven en kerkelijke gemeenschap sprak er intern over. Hieronder volgt een impressie die als een soort inleiding en positionering gelezen kan worden. Onder het stuk staan een paar suggesties voor gespreksvragen. Het is de bedoeling om binnenkort ook een vertaling aan te bieden van het document in het Nederlands. Dr. Dick Akersloot komt met een tekst.

 

De ‘Verklaring van Eenheid’ (‘Unity Statement’) van de Wereldraad van Kerken is kort. Het telt maar vier pagina’s. Het vormt een trendbreuk met rapporten die mensen gewoonlijk onder ogen krijgen van de Wereldraad. ‘Het verschilt qua opbouw van rapporten die in de achterliggende zestig jaar door de Wereldraad naar buiten zijn gebracht’, zegt Leo Koffeman, voorzitter van de beraadgroep Geloven en kerkelijke gemeenschap. ‘Als je kijkt naar de rapporten van Amsterdam, New Delhi en noem ze maar op, dan zie je steeds een zelfde opbouw over eenheid en een terminologie die zich verder ontwikkelt. Je krijgt in ieder rapport weer een aanvulling op wat zichtbare eenheid is, het gaat dan over conciliariteit, ‘common decision making’, koinonia. Al die termen kom je in dit document alleen maar in een voetnoot tegen. Dus de verklaring van eenheid is een ander soort van verklaring dan wat de Wereldraad tot nu toe produceerde. Het wil blijkbaar meer een pastorale, praktische, spirituele invalshoek bieden. Daarmee zeg ik niet dat het beter is of slechter dan andere stukken. Het valt me alleen op’, aldus Leo Koffeman.

 

De verklaring is compact en gebruikt veel abstracte woorden. Dat heb je bij veel documenten van de Wereldraad. Het maakt de tekst soms wat lastig om te doorgronden. Je moet een zin soms twee keer lezen. Dat is misschien wel onvermijdelijk als honderden kerken over de hele wereld vanuit even zo vele honderden contexten zich in het vocabulaire spiegelen. Je krijgt dan tekst als ‘een maggi-blokje’, zoals Evert Overeem, belast met de portefeuille oecumene bij de PKN, ooit dergelijke teksten typeerde. Hij bedoelde daarmee dat de volle inhoud pas zichtbaar wordt als je elk van de woorden in een concrete context leest; het blokje maggi krijgt zijn smaak in een oplossing van water, aldus dr. Margriet Gosker, lid van de beraadgroep.

 

De ‘Verklaring van Eenheid’ legt grote nadruk op de eenheid van de schepping en de eenheid van het menselijk geslacht. Andere rapporten redeneren vanuit de eenheid van de kerk richting de eenheid van mensen en de schepping; maar in deze verklaring werkt het net andersom. De oriëntatie is op de hele schepping gericht. Misschien is het de invloed van de orthodoxen, die een dergelijk accent steeds weer inbrengen. Het zijn dus niet in de eerste plaats de gelovigen, die de aandacht vragen; het gaat om mensen in het algemeen. Het is niet in de eerste plaats het sacrament van brood en wijn; het is het graan en de wijngaard. Het is niet in de eerste plaats het woord; het is de praktische uitwerking.

 

Er is een zeker optimisme in de tekst aanwezig. Lees de volgende zin maar eens en je proeft het positivisme. ‘Er zijn tekenen van meeslepend leven en creatieve energie in de groei van christelijke gemeenschappen over de wereld met een nieuwe diversiteit zonder precedenten. Er is een zich verdiepend besef onder kerken dat ze elkaar nodig hebben en besef dat ze door Christus tot eenheid zijn geroepen’. Mensen in Nederland die dit soort zinnen lezen kunnen hun twijfels hebben of wens en werkelijkheid niet door elkaar worden gehaald. Ze zijn gemakkelijk ietwat sceptisch. Aan de andere kant, kan je vaststellen dat er wereldwijd vele christenen zijn die op die manier op een positieve manier met de kerk hebben kennisgemaakt. Zij zien de kerk veel positiever dan de vaak wat relativerende christenen in het westen en de soms ronduit cynische westerse pers. Juist de kerk helpt hen bij emancipatie en ontwikkeling. In dergelijke landen maakt de kerk dan ook een stevige groei door; het christendom is daardoor de snelst groeiende religie op de wereld.

 

De kerk wordt getypeerd als ‘voorsmaak’, als ‘teken’ en als ‘instrument’. Sommige mensen spreken in dezen van ‘een verlicht protestantse visie’. De kerk krijgt een instrumenteel karakter. Misschien wel iets te instrumenteel, menen sommigen. Anderen herkennen zich juist in de gedachte dat de kerk ‘sacrament van de wereld’ is en benoemen het als terminologie die stamt van Vaticaan II.

 

Het begrip ‘diversiteit’ kom in dit document ook aan de orde. Je vindt de term in verschillende stukken van de Wereldraad, maar dan gaat het over ‘unity in diversity’. Hier komt het als zelfstandig begrip naar voren. Er is een soort onbevangen genieten van diversiteit.

 

Er is bevreemding bij Nederlandse lezers over de zin: ‘Wij als christenen hebben samen nog niet volledig de giften ontvangen van Gods leven; dat komt door ons misbruik van leven, onze weigering om gerechtigheid te oefenen, ons onvermogen om in vrede te leven en onze praktijk van uitsluiting, uitbuiting en marginalisering’. De Nederlandse critici hebben moeite met de gedachte dat de volledigheid van het leven niet ontvangen is, ze onderkennen in Christus de volheid van het heil. Onwillekeurig vraag je jezelf dan af, of God in Christus zich niet volledig heeft uitgesproken. Die gedachte wijzen nogal wat mensen af, de volheid is er; ook al zijn er veel christenen die in het kader van de heiliging onder de maat blijven.

 

Waardering is er bij lezers voor de zin: ‘In de gemeenschap van kerken, hebben we geleerd dat we zijn geroepen tot gebed, tot getuigenis en tot gezamenlijke arbeid ten dienste van de eenheid van de kerk, de eenheid van de menselijke gemeenschap en de eenheid van de hele schepping’. Het maakt duidelijk dat het gebed voorafgaat en in zekere zin de opmaat vormt voor al het werk. Het toont het hartsverlangen van de bidder. En is daarmee garantie voor zijn of haar inzet die volgt op het gebed.

 

Hoe zal zo’n ‘Verklaring van Eenheid’ nou in de praktijk doorwerken? De verwachting is dat er in Busan nog wel wat woorden aangepast worden. Gelet op de originele insteek, afwijkend van wat men in de oecumene is gewend, zal er ook over de bondigheid en de vorm nog wel iets worden gezegd. Maar een complete afwijzing verwachten insiders niet. Het document kan dienen om mensen die nieuw in de oecumene gaan werken een soort bondige samenvatting te geven van waar de oecumene op dit moment voor staat. Het document kan op die manier ook Nederlandse kerken, theologen en raden van kerken helpen door een oriëntatie te bieden. De bondigheid, ook al is het dan een ‘gevulde bondigheid’ (een maggi-blokje), maakt het mogelijk om het zich snel toe te eigenen.

 

GESPREKSVRAGEN

 

Deze gespreksvragen zijn bedoeld om het gesprek over het document in groepen mogelijk te maken en een beetje te structureren.

1. Zet op een bord of een papier de volgende woorden: ‘kerk’, ‘wereld, ‘schepping’, ‘gelovigen’, ‘mensen’. Leg mensen de vraag voor: Waar moet de focus liggen van een christen als hij / zij God recht wil doen als de God van het Leven? Ieder mag één kruisje op het bord zetten (of een sticker plakken) bij het woord waar hij/zij de meeste aansluiting vindt. Het is ook mogelijk om eerst in tweetallen over de keus te spreken en dan als tweetal een kruisje te plaatsen (sticker te plakken). Een vervolgvraag kan zijn: In hoeverre ziet u de kerk als middel en in hoeverre zou de kerk doel zijn?

2. Lees Genesis 1.De tekst van de Wereldraad citeert dit gedeelte na de zin: ‘We vieren het leven en de diversiteit van de schepping en danken voor haar goedheid’.

a. Waar denkt u aan bij het woord ‘vieren’? Hoe kan je de schepping vieren?
b. Nico ter Linden leest in zijn boek ‘Het verhaal gaat’ de tekst door tot in Genesis 2: 4. Hij schrijft: ‘De zevende dag eindigt ..niet. Er staat niet: ‘..en het was avond geweest en het was morgen geweest, de zevende dag’. De zevende dag is een eindeloze dag’. Wat bedoelt Nico ter Linden? Bent u het daarmee eens?
c. Waar denkt u aan bij het woord ‘diversiteit’? Zou je de veelkleurigheid van de schepping ook op de veelzijdigheid van mensen mogen betrekken?
d. Een steeds terugkerend refrein is: ‘En God zag dat het goed was’. Het staat in vers 4, 12, 18, 21, 25. En in vers 31 staat zelfs dat God zag dat het ‘zeer goed’ was. Kan je hieruit een bijzondere verantwoordelijkheid voor de mensen afleiden.

3. Het document spreekt over ‘gebed, getuigenis en arbeid’. Herkent u deze drieslag? In hoeverre is er sprake van een principiële volgorde, of had de volgorde in deze drieslag ook anders kunnen zijn?

4. Lees het document ‘Verklaring van Eenheid’. Geef aan waar u vragen bij hebt (?) en geef aan wat u voor uw situatie belangrijk vindt (!). Bespreek onderling de vraagtekens en uitroeptekens.

Foto: deel van de beraadgroep Geloven en kerkelijke  gemeenschap, die het document 'Unity Statement' heeft besproken.
Voor een algemene inleiding en de diverse andere documenten die in Busan een rol spelen, zie de rechterkant van deze webpagina onder het logo van Busan.

De Engelse tekst van 'Unity Statement':

Unity Statement

 

Recommended action: That the central committee discuss the draft unity statement; affirm the direction of the work; encourage consultation with members of commissions and consultative bodies on the draft; and ask the executive committee to submit, on behalf of the central committee, the draft to the assembly for approval.

 

GOD’S CREATION AND OUR UNITY

The whole of creation is a gift from God. It is the will of God that the whole creation, things in heaven and things on earth, should be brought to ultimate unity and communion in Christ and with Christ (Eph 1:10). We celebrate creation’s life and diversity and give thanks for its goodness (Gen. 1).

 

Our Experience

The world and its people live in the tension between the profoundest hope and the deepest despair. We give thanks for the diversity of human cultures, for the wonder of knowledge and discovery, for communities being rebuilt and enemies reconciled, for people being healed and populations fed. These are signs of hope, peace and new beginnings. But we grieve that there are also places where God’s children cry out. Social and economic injustice, poverty and famine have ravaged our world. There is violence and terrorism, the threat of nuclear war and of all wars. Many suffer from AIDS and other epidemics, peoples are displaced and their lands are dispossessed. We are all in danger of being disconnected from earth and alienated from our cultures. Creation has been misused and we all face threats to the balance of life, a growing ecological crisis and the effects of climate change. These are signs of disordered relations with God and creation, and we confess that they dishonour the gift of life.

 

Within the churches, we experience the same tension between celebration and sorrow. There are signs of vibrant life and creative energy in the growth of Christian communities around the world with a new and unprecedented diversity. There is a deepening sense among churches of needing one another and of being called by Christ to be in unity. But there are also painful experiences of situations where diversity has turned into division, and we do not always recognise the face of Christ in each other. Too easily we withdraw into our own traditions. For some, the creative new life of faith seems not to embrace the yearning for unity or the longing of fellowship with others. We all may be held back as some grow weary or disappointed on the ecumenical path.

 

Although we gratefully receive the holy gifts of God, yet, as those with human failings, we do not always honour the God who is the source of our life. Our abuse of life, our refusal to pursue justice, our unwillingness to live in peace and our practices of exclusion, exploitation and marginalisation mean that we, as Christians, have not yet fully received together the gifts of God’s life. Increasingly, we recognize that we are called to share with, and learn from, those of other faiths, to work with them in common efforts for justice and peace and for the preservation of the integrity of God’s beautiful but hurting creation. These deepening relations and opportunities for shared service bring delights, new challenges and enlarge our understanding.

 

Our shared scriptural vision

Through the reading of the Scriptures together our eyes are opened to the place of the community of God’s people, the Church, within creation. As men and women created in the image and likeness of God, given the responsibility for the stewardship of life, we wait with eager longing for God to renew the whole creation (Rom 8: 22). God’s people are called to work for justice and peace, to care for the poor, the outcast, the marginalized, to be a light to the nations. God sent Jesus Christ who through his death on the Cross destroyed the walls of separation and hostility, and brought about genuine unity and reconciliation in his own body (Eph 2: 14-16). By his dying and by his resurrection and through the power of the Holy Spirit, a new way of living in communion with God and the new way of communion with one another in the life and love of God was opened to us (1 John 1.1-3).

 

Jesus prayed for the unity of his disciples for the sake of the world and preached the coming of God’s kingdom now and still to come (John 17:21). He entrusted this message and ministry of unity and reconciliation to his disciples and through them to the Church that is called to continue his mission (2 Cor 5: 18-20). From the beginning the community of the baptized lived together, were devoted to the apostolic teaching and fellowship, breaking bread and praying together, caring for the needy and yet struggling with factions and divisions (Acts 2. 34).

 

The Church as a Body of Christ embodies Jesus’ uniting, reconciling and self-sacrificial love on the cross. At the heart of God’s own life of communion is forever a Cross and forever resurrection – a reality which is revealed to us and through us. God is always there ahead of us, always surprising us, transcending our failures and offering us the gift of new life.

 

What we have learned on our journey together

 

Christian unity, the unity of the human community and the unity of the whole creation belong together. In God’s plan they are inseparable. The Church is: foretaste of new creation; called to be sign to the whole world of the life God intends for all; and instrument spreading the good news of God’s kingdom of justice, peace and love.

 

As foretaste God gives to the Church gracious gifts: a faith; baptism in which we are in Christ and made a new creation; the Eucharist, the foretaste of the heavenly Banquet; a ministry to nurture the gifts of all the baptised. Ordered life too is gift helping us to live sacrificially, in justice and peace, and serving one another and the world. We are coming to understand that diversity is also a gift. It is creative and lifegiving, yet it cannot be so great that the baptised become strangers and enemies to one another.1 As prophetic sign the Church’s vocation is to show forth the life God wills for the whole creation. We are hardly a credible sign as long as our ecclesial divisions and hostilities remain. Divisions and marginalization on the basis of ethnicity, gender, power, status, caste also obscure the Church’s witness to unity. To be a credible sign our life together must reflect the qualities of patience, generosity, attentive listening to one another, mutual accountability, inclusivity, a willingness to stay together, not saying ‘I have no need of you’ (1 Cor 12:21). Only as Christians are renewed and inspired by God’s Spirit will the Church bear authentic witness to the possibility of reconciled life for all people, for all creation. It is especially in its weakness and poverty, suffering as Christ suffers, that the Church is credible sign and mystery of God’s grace.2

 

As instrument the Church is called to make present God’s holy and life affirming plan for the world revealed in Jesus Christ. In its work of service, evangelism and mission done in Christ’s way, the Church participates in offering God’s life to the world. We are to challenge structures of injustice, work to overcome violence and promote peace. As we have stood together in situations of oppression, acted together to overcome violence and worked for just peace, we have understood more of Christ’s ministry of reconciliation entrusted to us.3

 

God’s call to our generation

In our fellowship of churches, we have learned that we are called to pray, to witness and to work together for the visible unity of the Church, the unity of the human community and the unity of all creation. Our hearts are open to receive God’s gift of unity and we long to make that visible in the world. Despite our human failings, we are never dismayed, but continually rejoice that the God of life goes on creating what is good. Having faith in God’s creating and recreating power, we trust that the Church will indeed be foretaste, prophetic sign and effective instrument of the new life that God offers to the world. For it is in God, who beckons us to life in all its fullness and promise, that we find the source of our joy and the ground of our hopes for unity. Because of this, we pray, as Christ prayed, that we shall be one, for the sake of the world.

 

We ask one another:

 

Will we witness together to the God of life, that the whole creation may be sustained, honoured and renewed?

 

Will we work together for justice, peace and reconciliation?

 

Will we continue together, seeking the visible unity of the One, Holy, Catholic and Apostolic Church, determined, wherever possible, to live that unity now?

 

Will we pray together that the God of life, will lead us to justice and peace; in the Church, among all people, and in and for the whole created earth?

 

Through these things we will stay together, committed to “the primary purpose of the fellowship of churches…to call one another to visible unity in one faith and in one Eucharistic fellowship, expressed in worship and common life in Christ, through witness and service to the world and to advance towards that unity in order that the world may believe.”4 We turn to God on whom we depend, to keep ever before us the pattern of faithfulness that is our discipleship in Christ.

 

O God of life,

lead us to justice and peace,

that the scarred world may find healing,

divided churches become visibly one

and suffering people find hope,

through the one who prayed for us

and in whom we are one body,

your Son, Jesus Christ,

who with you and the Holy Spirit,

lives and reigns, one God,

now and forever, Amen.

________________________________________ __________________

1 We pray that as our churches respond to the Faith and Order document, The Church: Towards a Common Vision, we may be helped to understand more of the visible unity God calls us to live in and for the world.

2 We gratefully acknowledge the many programmes of the WCC that have helped us to understand what it means to be a faithful community where divisions of ethnicity, gender, power and status are being confronted and overcome.

3 We are thankful for all we have learned through the Decade to Overcome Violence about peace in God’s way; and all we have learned about mission in God’s way as we commemorated Edinburgh 1910 and have encapsulated in the CWME document, Together Towards Life: Mission and Evangelism in Changing Landscapes.

4 The Constitution and Rules of the World Council of Churches as amended by the 9th Assembly, Porto Alegre, Brazil, 2006; III: Purposes and Functions.

Raad van Kerken in Nederland | Koningin Wilhelminalaan 5 | 3818 HN AMERSFOORT | 033-4633844 | rvk@raadvankerken.nl

Site design: SyncCP; techniek: SiteCan